waterIn Nederland wordt het water beheerd door Rijkswaterstaat en 24 waterschappen. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem, terwijl de waterschappen de verantwoordelijkheid dragen voor de regionale wateren.

Rijkswaterstaat draagt zorg voor landelijke maatregelen, de richtlijnen voor de waterkwaliteit en de zogenaamde primaire waterkeringen. Primaire waterkeringen zijn dijken, dammen, duinen en stormvloedkeringen die bescherming bieden tegen overstromingen uit de zee en grote rivieren en meren zoals de Maas, de Rijn en het Markermeer.

De waterschappen dragen zorg voor de uitvoering van het regionale beleid in het eigen gebied. Ze werken daarvoor meestal samen met de provincie en de gemeente. Naast het uitvoeren van het regionale beleid zijn de waterschappen ook verantwoordelijk voor de secundaire waterkeringen. Dit zijn waterkeringen bij kleinere rivieren, meren en poldervaarten.

Rijkswaterstaat en de waterschappen zorgen er samen voor dat overstromingen worden voorkomen door de aanleg en het onderhoud van waterkeringen, dat er voldoende grondwater en oppervlaktewater is en dat de kwaliteit van het water wordt gewaarborgd.

Waterbeheer krijgt de laatste jaren ook op Europees gebied steeds meer aandacht. De verschillende lidstaten van de Europese Unie hebben in de Richtlijn Overstromingsrisico’s afgesproken om het risico op overstromingen te minimaliseren. Vanaf het einde van dit jaar zal elke lidstaat bovendien een kaart moeten hebben die het overstromingsrisico in het desbetreffende land aangeeft. Vanaf 2015 moet er per stroomgebied bovendien worden aangegeven hoe overstromingsrisico’s kunnen worden tegengegaan.

Meer informatie over de exacte verantwoordelijkheden van de verschillende overheden die met het beheer van water in Nederland te maken hebben kan gevonden worden in de Waterwet.